Bijenhouder Albert Muller met een honingraat in zijn tuin aan de Zeedijk in Nijbroek

Albert Muller

Het zoete zoemen aan de Zeedijk — door Anton ter Mate en Piet Winterman

Albert Muller is een veelzijdig en buitengewoon interessant persoon. Hij werd in 1946 geboren in Tiel en woont sinds 1975 aan de Zeedijk in Nijbroek. Hier is hij bekend om zijn bijenhouderij (imkerij).

Achter zijn start als bijenhouder schuilt een boeiend verhaal. Het begon toen Albert op 14-jarige leeftijd in Tiel een keer uit school thuiskwam en een grote groep mensen bij de tuin zag staan. Zijn ouders hadden een bloementuin, terwijl alle buren in die tijd een moestuin aan huis hadden. De groep was aan het kijken naar een zwerm bijen.

Liefde op eerste gezicht

Albert kwam dichterbij en was in één keer helemaal gebiologeerd door de bijen; liefde op het eerste gezicht. Albert wilde de bijen graag zelf gaan houden, maar zijn vader was heel pertinent: “Bijen komen er bij mij niet in. Het zijn nare beesten die steken.” Er naderde al snel een jongen van een jaar of 16 die de zwerm bijen heeft meegelokt. Albert weet nog steeds niet zeker of die jongen door zijn vader was gebeld.

Later ging Albert biologie studeren in Utrecht. Hij was een reisstudent; dus elke dag op en neer van Tiel naar Utrecht. Na zijn studie ging hij werken in Deventer als leraar aan de Rijks Pedagogische Academie (Rijks P.A.) in Deventer. Ook ging hij lesgeven aan Nieuw Rollecate; een school voor dochters van gegoede boeren die hier werden opgeleid tot landbouwhuishoudlerares.

Albert Muller bij een geopende bijenkast met een raat vol bijen

Wooneis

Albert bleef in Tiel wonen en pendelde elke dag met de trein tussen Tiel naar Deventer. Dat waren lange dagen vooral als er avondvergaderingen waren. Aan de Rijks P.A. werd hij in 1975 adjunct-directeur/decaan. Hiervoor moest hij binnen een straal van 10 kilometer rond Deventer gaan wonen.

In hun zoektocht naar woonruimte stuitten Albert en zijn vrouw uiteindelijk op een oud boerderijtje aan de Zeedijk in Nijbroek. De oorspronkelijke boerderij dateert uit 1880. In 1920 is hier een dwarshuis voorgezet. Albert heeft het hele huis zelf gerenoveerd.

Eerste bijenvolk

De koopakte passeerde in juni 1975 en tien dagen later kocht Albert zijn eerste eigen bijenvolk. Hij woonde toen nog in Tiel bij zijn ouders, want de oplevering van het boerderijtje volgde pas dat najaar.

Ondanks het eerdere verbod van zijn vader kwamen er toch bijen in de tuin in Tiel. Vader tolereerde dit, omdat het slechts voor een paar maanden zou zijn. Maar wat gebeurde er? Vader kreeg interesse in wat er zoal gebeurde bij de bijenkast. Hij zette zijn stoel ernaast en kreeg steeds meer schik in het kijken naar wat de bijen allemaal deden.

Toen Albert in het najaar naar Nijbroek verhuisde, ging het bijenvolk mee. Vader vond dit eigenlijk heel jammer. Een jaar later splitste het bijenvolk van Albert zich in tweeën en heeft hij het nieuwe bijenvolk aan zijn vader gegeven in Tiel.

Gerenommeerd leraar

Het leven en de ontwikkeling van bijenvolken is ongelooflijk interessant. Albert heeft na zijn studie en naast zijn werk in Nederland en Duitsland cursussen en opleidingen op het gebied van bijen gevolgd. In de loop van de jaren groeide hij uit tot een gerenommeerd leraar in de bijenteelt. Daarmee stond hij mede aan de basis van de ontwikkeling van de Biologisch Dynamische (BD) bijenhouderij in Nederland.

Albert werd zelf ook imker. Op een gegeven moment had hij wel 120 bijenvolken. Daarmee reisde hij door het land om de bijen te plaatsen in gebieden waar zij honing konden verzamelen. Deels in natuurgebieden, maar op verzoek ook in boomgaarden van fruittelers.

Bijenkasten tussen de bomen achter het huis van Albert Muller

Landelijke werkgroep

In 1979 werd mede door Albert een landelijke BD Werkgroep Bijenteelt opgericht. Hierdoor konden bijenhouders onderling veel kennis en ervaringen gaan uitwisselen. De werkgroep heeft ook bijgedragen aan de ontwikkeling en verbetering van cursussen en opleidingen.

Vele jaren later ging Albert op het Zone.College werken. Daar werd hij leider van het onderdeel dat tegenwoordig het praktijkonderwijs is. Dit was heel intensief werk, dat een groot deel van zijn tijd in beslag nam. Mede hierdoor minderde hij van 120 naar 40 bijenvolken.

Albert volgt in de bijenhouderij de beginselen van de Biologisch Dynamische landbouw. Dat betekent goed volgen wat de natuur aangeeft. Hij kijkt wat de bijenvolken doen en speelt daarop in. Dit wijkt af van de moderne technologische bijenteelt, waarin imkers veel meer handelen op basis van de technische wetenschap. Zij maken daarbij veel gebruik van fysieke en chemische ingrepen.

In de BD-bijenteelt wordt alleen met lege houten raamwerken gewerkt. Hierdoor komen er veel meer darren (mannelijke honingbijen) tot ontwikkeling. Dat verhoogt de genetische variabiliteit en de natuurlijke sterkte van de bijenvolken.

Houten bijenkast in het gras bij Albert Muller in Nijbroek

Varroamijt

Albert ontwikkelde de Muller-varroaval. Een methode voor de natuurlijke bestrijding van de varroamijt, een uitwendige parasiet die honingbijen verzwakt. Dankzij Alberts vinding kunnen bijenvolken overleven zonder gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.

Naast zijn werk als docent en leidinggevende op scholen, heeft Albert veel bijencursussen en onderzoek opgezet in andere landen; onder meer in Oeganda, Nepal, Israël en Oostenrijk. De cursussen in Oeganda lopen nog steeds en het Bijeninstituut in Nepal bestaat tot op de dag van vandaag.

Honing

Honing is niet alleen voedsel en brandstof voor de bijen, maar ook een heel wonderlijk natuurlijk product voor de mens. Honing is heerlijk zoet voedsel. Van oudsher staat honing bekend als medicinaal middel. Het is antiseptisch en wordt in veel landen gebruikt voor de genezing van wonden, botbreuken en andere kwalen.

Bijen verzamelen naast nectar voor de honing ook propolis, een bruine stof. Daarmee bekleden ze de binnenkant van hun verblijfplaatsen. Ook dit is antiseptisch en antibacterieel. Propolis is in de natuurgeneeskunde ook een gewaardeerd geneesmiddel.

Geschiedenis

De bijenteelt komt oorspronkelijk uit het Midden-Oosten. In Egypte kenden ze het al in de oudheid. In Europa is de bijenteelt verspreid met de uitbreiding van het christendom vanuit Griekenland via kloosters en priesters.

Voor Albert Muller was een toevallige ontmoeting in zijn jeugd met een zwerm bijen aanleiding om zich in de bijenteelt te gaan verdiepen. Ruim zestig jaar later is hij hier nog altijd volop mee bezig en klinkt aan de Zeedijk in Nijbroek dagelijks het zoete zoemen!