Johan Kleiboer vertelt op de bank in zijn woonkamer

Hulpvaardige krachtpatser Johan Kleiboer zit vol met ijzersterke verhalen

Door Martine Jongenburger

Volgens zijn goede vriend Henry Elizen kan een interview met Johan Kleiboer weleens een sappig interview worden. En inderdaad, het wordt een gesprek dat veel mooie verhalen en anekdotes oplevert.

Al zijn hele leven in Terwolde

Johan Kleiboer woont al vrijwel zijn hele leven in Terwolde. “Ik was drie maanden oud toen ik hier kwam wonen”, vertelt hij. Hij groeide op aan de Bandijk en verhuisde op zijn 28e naar zijn huidige huis aan de Wolterkampsweg, waar hij inmiddels al 35 jaar woont. Hij is 64 jaar en zegt met een knipoog: “Ik was liever veertig geweest, dan ga je nog wat langer mee.”

Kijk op het leven

Het overlijden van zijn broer vorig jaar heeft zijn kijk op het leven veranderd. “Daar word je wel anders van. Binnen zes weken was hij weg. Dan besef je dat je niet het eeuwig leven hebt.” Het heeft hem doen inzien dat sparen en een dikke bankrekening alleen geen zin heeft: “Als het morgen over is, heb je er zelf niks aan.”

Niet zulke lieve jongetjes

“Wij waren niet zulke lieve jongetjes, mijn broer en ik. In het weekend gingen we uit, naar Boode bijvoorbeeld. We waren grote jongens, dus als onze vrienden ruzie kregen, dan hielpen we wel. Dat werd nog wel eens knokken. Dus we stonden nog wel eens in de krant. De ene dag stond er in de krant dat m’n broer met karate had gewonnen en de volgende dag werd hij genoemd in een politiebericht. Mijn ouders hadden een keer visite. Hele nette mensen. Het was op zondagmiddag en we zaten aan tafel. En toen kwam de politie aan de deur. M’n broer Jan Willem kreeg de handboeien om en moest mee. De gasten wisten niet wat ze meemaakten. ‘Oh’, zei mijn vader, ‘maak je niet druk, die is met de koffie weer terug’.”

Oude zwart-witfoto van Johan en zijn broer met hun moeder

Opgroeien in Terwolde

Johan groeide op in een druk gezin. “Ik had drie broers en we waren niet van die lieverdjes.” Zijn vader kwam, na hun vertrek in 1963 uit Braamt, in dienst van ‘de Boerenstand’ als melkboer. Tot de jaren ’70 was dat nog met paard en wagen. Daarna kreeg hij een Ford Transit met een aanhanger. Dat betekende dat de kinderen vaak moesten meehelpen. “Bij ons was het niet zo dat je elke dag naar de speeltuin kon.” Lege flessen sorteren, melk bezorgen en soms zelfs kalveren vervoeren in de bestelbus want zijn vader handelde ook in vee. “Dan ging het kalf gewoon tussen de kratten melk in de auto. Zo tussen de zuivel in. De deur dicht en naar huis.”

De koekjestrommel

“Als m’n vader aan de deur kwam, had Vrouw Olthof, de vrouw van de dorpspolitie, altijd veel tijd nodig om naar beneden te komen. M’n vader was het op een dag zo zat dat hij de koekjestrommel op de kop heeft gehouden. Hij schudde de koekjes en de krummels eruit, deed de melk in de koekjestrommel, deksel dicht en aju. In het boekje schreef hij op: 1 liter melk.”

Zijn vader kon bovendien razendsnel rekenen. “Hij wist precies wat iemand moest betalen.” Johan en zijn broers erfden dat talent: “Allemaal goed in rekenen, minder in taal. Ze zeggen weleens dat als je linkerhersenhelft bij de geboorte in de knel heeft gezeten je taaltechnisch gezien minder bent.”

Historische foto van een melkboer met paard en wagen

Paling op gekke plek

Terwolde is volgens Johan altijd een hecht dorp geweest. Hij somt moeiteloos op wat er vroeger allemaal was: meerdere bakkers, fietsenmakers, cafés, een schoenmaker, supermarkten. De ene week kwam Wijnbergen aan de deur, de andere week de Lelie. “Het was een levendig dorp. De klok op café de Klok staat altijd op vijf over tien. Vroeger was de kerkdienst van negen tot tien. Om tien uur ging de kerk uit en om vijf over tien ging de kroeg open. Daarom staat de klok op vijf over tien. Dat is wat ik gehoord heb en het klinkt wel aannemelijk.”

“Er doen veel anekdotes de ronde. Zoals van de vader van Jan Nales. Die ging ’s avonds naar de Welsumse kermis, werd zo dronken als een toeter, kwam midden in de nacht thuis en viel op de bank met kleren en al in slaap. De volgende morgen deed-ie de bloes los en had-ie nog een paling in z’n bloes zitten. Die ha- ie meegenomen van de kermis. Hij kon hem niet hou’en en toen had-ie hem maar in z’n bloes gestopt.”

Ook nu is er in Terwolde nog veel sociale samenhang: “Als hier iemand loopt die hier niet vandaan komt, steekt iedereen de nek uit.” De sociale controle is hier nog vrij groot; soms is dit prettig, soms ook lastig.

Van slachterij naar eigen bedrijf

Johan had nooit de ambitie om melkboer te worden. Zijn vader stuurde hem na school naar de slachterij om te werken. Na een gebroken been, diverse opleidingen, militaire dienst en verschillende functies binnen het bedrijf, rolde hij uiteindelijk in de wereld van verlichting en elektrotechniek.

Voor zichzelf begonnen

Tien jaar geleden begon hij voor zichzelf. “Achteraf had ik het tien jaar eerder moeten doen, Maar ja, achteraf kun je een koe in de kont kiek’n”, zegt hij. Het ondernemerschap bevalt hem goed: vrijheid, geen geestelijke druk, en werk dat hij leuk vindt. Hij werkt vooral voor bedrijven, maakt lichtplannen en adviseert installateurs.

Sport, portierwerk en rechtvaardigheid

Sport speelt een grote rol in zijn leven. Tegenwoordig in de sportschool, maar vroeger deed hij aan kickboksen en was hij zelfs Nederlands kampioen in de B-klasse. Later werkte hij jarenlang als portier in Deventer. Die ervaring komt nog steeds van pas bij evenementen in het dorp. “Ik weet precies hoe je met raddraaiers om moet gaan. Ze vragen me altijd om de boel een beetje in de gaten te houden. Als er gedoe was op de kermis met jongeren uit Deventer dan vroeg de politie weleens ‘Regelen jullie dit of doen wij het?’ en dan regelden wij het. Wij kunnen niet goed tegen onrecht.”

Johan Kleiboer samen met zijn vriend Henry Elizen aan de bar

Terwoldenaar in hart en nieren

Johan voelt zich diep verbonden met het dorp. “Ik ken iedereen, en iedereen kent mij. Vroeger werd er weleens gezegd: ‘Pas op, dat is er één van Kleiboer’, maar ik ben er altijd voor een ander.” Dat heeft waarde: mensen weten hem te vinden, en hij helpt graag. Soms heeft het ook nadelen, zoals roddels. Maar hij lacht erom: “Dat is het dorpse.”

Vol verhalen

Het gesprek met Johan zit vol verhalen, humor en Terwoldse geschiedenis. “Ik kan nog wel duizenden verhalen vertellen, maar daar ontbreekt nu de tijd voor.” Niettemin komt hij ter afsluiting nog met twee hilarische anekdotes:

“Vroeger ging ik naar de Zondagschool in dat kerkje in de Wiek. Tijdens de kerstdienst moesten we naar boven naar dat orgel om te zingen, maar die jongens waren aan het donderjagen. Ik denk; wat ruik ik? Steken die jongens stiekem hun liturgie in de brand.”

Zwart-witportret van Johans broer in een vitrinekast

Voetsteuntje

“Er waren in het dorp vier of vijf motorrijders. Er was Jos Bovree van de garage. Olthof, de politieagent. Mijn vader en dan nog Koldenhof. Op een avond komt mijn vader van Twello. Slaat z’n motor af. En hij kon die motor niet meer aan krijgen. Dus hij zet hem in de tweede versnelling en hij drukt hem aan. En terwijl hij hem aandrukt, schiet-ie weg en vliegt-ie bij Scholten door de achterdeur met de motor.”

“Maar het was ’s avonds al laat, dus hij heeft de motor gepakt, niks gezegd en is naar huis gereden. De volgende morgen komt mijn vader met de melkkar langs de deur. “Nou, wat me nu gebeurd is”, zegt die vrouw Scholten: ‘Er is iemand vannacht door de achterdeur gereden. Kijk eens, het hele deurkozijn’. ‘Oh’, zei mijn vader: ‘Wat erg. Wat asociaal.’ Maar toen kwam de politieagent erbij, Olthof. Hij keek eens goed en vond daar een voetsteuntje van een motor. Hij nam het voetsteuntje mee en ging alle mensen in het dorp af die een motor hadden. En wie miste het voetsteuntje? Mijn vader dus. Toen was hij de klos.”

Niet te stuiten die Johan…