Evert Kluin, actieve Terwoldenaar met hart voor een mooie wereld
Door Martine Jongenburger
Wie Evert Kluin zegt, zegt ‘buiten’. Of: natuur, archeologie, lelijke eend, schilderen, zingen. En natuurlijk: opa Koekkoek. Want zo noemen veel kinderen hem, al is hij niet hun opa. Als ik vraag naar het waarom doet hij perfect het geluid van de Koekkoek na. Hoe kan het ook anders? Vanaf zijn jonge jaren brengt hij een groot deel van zijn tijd door in de natuur, tussen de kruiden, de bloemen, de bomen en de vogels.
Buitenmens in hart en nieren
“Redden wat er te redden valt. Dat zou ik wel willen doorgeven aan de mensen na mij. M’n hele leven ben ik al buiten bezig geweest. Dat begon met de vogelwerkgroep en de vogeltellingen van Sovon. Toen ik de cursus deed voor natuurgids kwam ik er achter dat er niet alleen heel veel vogels zijn maar ook zoveel planten. Opeens zag ik de samenhang. Dat bijvoorbeeld een zeldzame vlinder afhankelijk is van één specifiek plantje dat net op dat ene plekje op die eeuwenoude dijk groeit. Ik werd een soort advocaat van de dieren. Die dieren zeggen niks, maar de mensen doen maar. Die gooien kolken dicht, halen dode bomen weg, trekken heggen eruit trekken rivieren recht, verbreden dijken. En zo verdwijnen planten, vogels, dieren.
Herberg in het landschap
Evert raakte onder de indruk van die samenhang. Mede daarom zette hij zich jarenlang in voor het behoud van de knotwilgen.
“Zo’n knotwilg, dat is een herberg in het polderlandschap. Een toevluchtsoord voor steenuiltjes. De bomen werden gekapt omdat de boeren het hout niet meer nodig hadden, maar de knotwilgen stonden er nog wel. Van november tot maart waren we met de werkgroep bezig met het knotten van de wilgen. Een mooie tijd.”
Evert vertelt over de vogelopvang die er ooit was, in een garage naast het politiebureau in Twello. De inwoners bezorgden zieke vogels zoals zwanen, eenden, ganzen. Ook voorzag hij, samen met de anderen van de milieugroep, de vogels bij de IJssel van eten.
“Op verschillende scholen, van Terwolde tot Heerde en Epe, werd brood ingezameld. Met de broodmachine van de plaatselijke ondernemer konden we al dat brood in stukjes snijden en dat brachten we naar voederplekken langs de IJssel.”
Evert
Zoek je zijn huis, dan heb je geen adres nodig. Zoek gewoon het huis met de mooist gesnoeide taxus in Terwolde en bel aan. Je bent altijd van harte welkom. En als je geluk hebt krijg je een flesje van zijn zelfgemaakte hoestdrank. ‘Kuur afmaken’ staat erop. En een plaatje van zijn lelijke eend die hem vergezelt op zijn vakanties naar Bretagne.
“2 kilo bruine suiker, water, een flinke struik tijm. Koken tot het indikt. Zo deed mijn moeder het al. En het helpt goed.”
Evert is geboren en getogen in Terwolde. 1951 is zijn bouwjaar. Hij is een zeer actieve Terwoldenaar met hart voor een mooie wereld. Zijn werkzame leven begint hij als huisschilder. Uiteindelijk maakte hij van zijn hobby zijn beroep en werd hij hovenier op de talloze particuliere buitenplaatsen in deze regio.
“Ik deed van alles in mijn vrije tijd. Kanovaren, schaatsen… Trainen, trainen, voedselschema’s, tegen je grens aan zitten, bijna eroverheen, potverdikkie, maar op een gegeven moment… het lichaam geeft aan om te stoppen maar de geest wil maar door.”
Schatgraven
De salontafel vertelt van nog een andere passie van Evert: archeologie. Die liefde begint wanneer een neef van hem een metaaldetector koopt. Evert gaat direct mee op pad. De geschiedenis van de bodem laat hem niet meer los. Onder het glas van de salontafel liggen oude gespen, pijpjes van klei en andere voorwerpen. Evert vindt zelfs voorwerpen uit de prehistorie hier in de omgeving.
“De gemeente heeft geen geld hiervoor maar de boer zegt gewoon: Evert je graaft maar een gat, als je het maar weer dichtgooit. Ik heb heel veel vondsten uit 1100, 1200, 1300. Die liggen in de kerk. Elke 2e zaterdag van de maand ben ik daar om erover te vertellen. Ik heb de geschiedenis van Terwolde in een boekwerkje gezet en er tekeningen bij gemaakt. Ik wil dat mensen de voorwerpen in de tijd kunnen plaatsen en zich een voorstelling kunnen maken van hoe het er in die tijd uitzag.”
Muziek
“Toen ik op een dag een blessure kreeg aan m’n vingers bleek gitaarspelen een mooie oefening. Annie Berenschot kon noten lezen en toen zijn we samen liedjes gaan maken. Op 5 mei 1995 kwamen de Canadezen hier en werden we gevraagd muziek te maken. We bedachten een naam voor ons duo: ’t Canbesso: ’t Kan best zo. De Canadezen zongen mee en gingen zelfs de dansvloer op. Toen Terwolde 1050 jaar bestond hebben we zelfs een volkslied gemaakt.”
Blijven leven
Zijn huisarts heeft weleens gezegd: “Wat jij wilt dat red je in één mensenleven niet”. Inderdaad, Evert heeft veel in zíjn mars, veel te veel om uit te leven. Over zijn schilderkunst hebben we het nog geeneens gehad. We besluiten het interview door samen ‘het Pieterpad’ te zingen. Hoeveel mensen zou hij geïnspireerd hebben met zijn passie, muziek, creativiteit, kennis en verhalen? Zijn optimisme weet hij, ondanks wat er aan natuur verdwenen is, te bewaren:
“Die zaden die al honderd jaren in de grond liggen hebben nog altijd kiemkracht. Die vogels fluiten elke dag. Die hebben geen problemen.”
